Rijmpjes en versjes uit de oude doos

Deze bundel is een echte klassieker, die in veel peuterspeelzalen en kinderdagverblijven in de kast zal staan. Het boek dat 87 rijmpjes en versjes bevat, dateert in de oorspronkelijke versie uit 1910. Hele generaties zijn er dus al mee opgegroeid. Sommige versjes worden opgezegd, andere gezongen. Ken je de melodie niet? Karin Bloemen heeft een cd opgenomen met alle liedjes uit het boek. Het is erg leuk eens een avond te organiseren met collega’s uit het kinderdagverblijf om elkaar liedjes te leren. Voor de kinderen is het fijn als alle pedagogisch medewerkers de versjes kennen. Maar u kunt natuurlijk ook een (buurt)oma vragen om zo nu en dan eens binnen te wippen en met de kinderen liedjes zingen en versjes opzeggen. Wat je nog meer kunt doen met de versjes?

Voor 0-2 jaar

Versjes zijn leuk in iedere situatie. In de winkel, onderweg in de auto of op de fiets, bij het verschonen, het slapengaan of het buitenspelen. Je kunt een kind ermee afleiden, geruststellen of opvrolijken. Kortom: te pas en te onpas kun je een versje opzeggen of een liedje zingen. Het ritme, de klanken en de herhaling ervaren baby’s en dreumesen als plezierig en veilig.

Heel geschikt voor de allerkleinsten: Roe roe kindje, Draai het wieltje nog eens om, Olke bolke, Hop hop hop, paardje in galop. Neem het kindje op schoot en maak samen de bewegingen of beweeg je knieën op en neer. Succes verzekerd.

Voor 2-4 jaar

Na verloop van tijd zullen kinderen hun favoriete versje hebben. In het boek weten ze feilloos de bladzijde te vinden met de tekening van dat bootje of die kip. Schrijf de favoriete versjes voor elk kind (en iedere leidster) op een blanco correspondentiekaart. Laat het kind er een tekening bij maken. Zet alle kaarten in een doosje bij elkaar en laat er regelmatig een (blind) uitkiezen. En dan samen zingen natuurlijk. Als het kind de groep verlaat kun je de kaart (al dan niet ingelijst) meegeven.

Voor 4-6

Versjes zijn soms net kleine toneelstukjes. Ze zijn dan ook heel geschikt om ze na te spelen. Bijvoorbeeld “Koen, maak je mijn schoen?”, pagina 81. Verdeel de rollen van de schoenmaker Koen en de juffrouw. De eerste keer zul je nog een beetje moeten stimuleren en sturen, maar algauw zal het toneelstukje spontaan worden opgevoerd. Als iemand roept: “Koen maak je mijn schoen?” is er altijd wel iemand die antwoordt. Je kunt dit onderdeel uitbreiden door er een entourage omheen te maken met een heleboel schoenen en een nagemaakte schoenmakerij. Als er een in de buurt is, zou je er met de kinderen heen kunnen gaan. Een leuk peuter/kleuterboek over schoenen is “Ik wil die!” van Imme Dros en Harrie Geelen, niet meer te koop maar zeker nog in de bibliotheek te vinden.

  • Rijmpjes en versjes uit de oude doos
  • Abramsz, (samenstelling), met illustraties van Bert Bouman
  • Uitgeverij Meulenhof, ISBN 978 90 2900 121 2
  • € 17,50
  • vanaf 0 jaar